Ook een archivaris is natuur
30-09-2025
Zygentoma vormen een orde binnen de insecten die zich kenmerkt door een visachtige manier van voortbewegen. Hun platte langwerpige lijfjes zijn zelden langer dan een centimeter of twee, al zijn er zes centimeter lange fossiele exemplaren gevonden. Het fossielenbestand van de orde is vrij klein, maar groot genoeg om te weten dat ze 113 miljoen jaar geleden al voorkwamen. Bekende soorten binnen de Zygentoma zijn het zilvervisje en het papier- of boekenvisje. Belangrijkste natuurlijke vijand is de recent in de evolutie opgedoken archivaris.
Dit artikel verscheen ook in Archievenblad, jaargang 129, 2025, nummer 5
Ook schimmels en kleine knaagdieren weten dat je je leven niet zeker bent in een archief. Ontelbare organismen zagen hun leefomgeving verdwijnen en stierven lang voor daar uiteindelijk archiefgebouwen verrezen. Waar nu het depot van het Amsterdamse Stadsarchief staat zwommen anderhalve eeuw geleden nog de vissen in het IJ. Het Nationaal archief staat op de plek waar tot het eind van de negentiende eeuw de tuinen van villa Boschlust overgingen in de daarachter gelegen veenweidegebieden (wemelend van leven, geen Engels raaigras nog of pesticiden).

Het huis Boschlust, 1842, Haags Gemeentearchief
Je hoort archiefmedewerkers hier zelden over. Wel hoor je soms iemand grappend zijn of haar taak omschrijven als het bewaren van dode bomen. Pijnlijk! Hoewel je de beroepsgroep het kappen van die bomen niet kunt verwijten, is de misvatting van het begrip 'dood' tekenend voor de mate waarin we losgezongen zijn van de rest van de natuur, waarin je de volkswijsheid "de één z'n dood is de ander z'n brood" vrij letterlijk moet nemen. Veel insecten, schimmels en planten zijn afhankelijk van dood hout. Eén dode boom kan een explosie aan leven veroorzaken.

Duizendjarige Den, Bernardus Bruining, tweede helft negentiende eeuw, Rijksmuseum
Wil je dit in actie zien, ga dan eens naar Wolfheze en bezoek daar de Duizendjarige Den. Weliswaar is die in mei 2006 omgevallen, maar hij ligt er nog steeds. Hoewel we bijna twintig jaar verder zijn, zijn de contouren van de omgevallen reus duidelijk zichtbaar onder de mossen, varens en jonge berkjes. Hij huisvest pissebedden, kevertjes en paddestoelen. In het archief is geen sprake van dood, maar van stilstand.

De Duizendjarige Den in 2021, Menno den Engelse
Die losgezongenheid danken we natuurlijk in niet geringe mate aan de ideeën van René Descartes, die hier ten lande geest van materie scheidde en mens van natuur. Zoals de tweets van Andrew Tate een kleine vier eeuwen later zouden leiden tot de manosphere, zo was het werk van Descartes de opmaat van de verlichting, het kapitalisme en de biodiversiteitscrisis (ik vat het even snel samen).
Veel mensen gaan onbewust gebukt onder een cartesiaans wereldbeeld, maar de archivaris lijkt hier toch bovengemiddeld door getroffen te worden. Het vraagt blijkbaar zoveel geestelijke arbeid, het hoeden der geschiedenis, dat door die focus de materie een beetje uit zicht raakt. Materie in de zin van natuur dus, en ik vermoed dat ik op deze plek dan moet benadrukken dat archivarissen daar gewoon onderdeel van zijn. De zuurstof waar ze hun longen mee vullen, de dieren en planten die ze eten, de houten meubeltjes waar ze op zitten, hun huizen die ze delen met mussen, spinnen, mijten en de vleermuizen in de spouwmuren. Gewoon onderdeel van het 'web van leven' waar ze hun eigen levens aan te danken hebben. Ook een archivaris is natuur!
Dat werkt ook de andere kant op: archivarissen zijn zelf ook weer samengestelde organismen, ecosystemen eigenlijk, waarbinnen bacterieën, archaea, schimmels, protisten en virussen leven. Geschat wordt dat het aantal niet-menselijke cellen in een archivaris niet veel afwijkt van het aantal menselijke cellen. Met veel van die micro-organismen worden symbiotische relaties onderhouden. Heb je geen darmflora, dan maak je het niet lang, hoe vaardig je ook bent in de paleografie.
Over die biodiversiteitscrisis zouden we het veel vaker, misschien doorlopend moeten hebben. Veel archivarissen houden best wel van natuur: ze tuinieren en vliegen naar Botswana of Zuid-Afrika om de Big Five te zien. Ze weten dat het niet goed gaat met de grutto en sommen als je het ze vraagt moeiteloos vijf uitgestorven soorten op: dodo, mammoet, ... Nou ja, vul zelf maar aan. Ze lezen kranten en stemmen denk ik niet op partijen die de klimaatcrisis bagatelliseren. Maar of we daar de wereld mee gaan redden?
Evolutiebiologen hanteren het begrip 'massa-extinctie' om periodes aan te duiden waarin uitzonderlijk veel soorten het loodje leggen. De vijfde massa-extinctie werd zesenzestig miljoen jaar geleden veroorzaakt door een meteorietinslag en betekende het einde voor de dinosaurussen. De zesde begon zo'n tienduizend jaar geleden, is geheel op conto van de mens te schrijven en blijft zich maar versnellen. In de afgelopen vijfhonderd jaar is waarschijnlijk tweeentwintig procent van de zoogdieren, veertien procent van de vogels, negenentwintig procent van de reptielen, meer dan dertig procent van de amfibieën en achtentwintig procent van de vissen uitgestorven. Soorten die nog niet uitgestorven zijn, worden steeds verder teruggedrongen. Sinds 1970 is de populatiegrootte van genoemde klassen wereldwijd met gemiddeld drieënzeventig procent afgenomen. De mate waarin populaties daarvoor al zijn afgenomen weten we niet zo goed, omdat we daar niet veel cijfers over hebben.
Los van het al dan niet beschikbaar zijn van oudere cijfers: mensen hebben sowieso de neiging de stand van zaken aan hun eigen jeugd te relateren (en ik ben zelf van '68, dus ook mij is 1970 als nulmeting niet vreemd). Het shifting baseline syndrome, wordt dat genoemd - een begrip dat wetenschappers zichtbaar maakten door vissers te vragen naar de 'natuurlijke' visstand van hun visgronden. De antwoorden verschilden nogal, en die verschillen hingen samen met de generaties. Oudere vissers vonden een veel rijkere visstand 'natuurlijk'; jongere vissers meenden dat de inmiddels afgenomen visstand 'normaal' was. Ze bleken allemaal de situatie uit hun jeugd, toen ze begonnen met vissen, als referentiekader te hanteren.
Eind negentiende eeuw werden op de vismarkt in Kralingen jaarlijks honderden steuren verhandeld, in de twintigste eeuw werd een opgeviste steur snel landelijk nieuws, in 1952 werd de allerlaatste gevangen. Er is nu nog één Franse rivier waar de laatste paar honderd Europese steuren zwemmen. Verder zijn ze uitgestorven. Maar er is geen Nederlander die ze mist.

Zeldzame vangst, Rotterdamsch nieuwsblad, 10 september 1930, Delpher
Ik verdenk archivarissen er soms van dat ze makkelijker vierhonderd jaar terug kijken dan twintig jaar vooruit. Maar gezien het voorgaande is zelfs een beperkte toekomstgerichtheid al voldoende om door de zwaarte van de helaas zeer realistische doemscenarios enigszins uit het veld geslagen te worden. De AVG is niet ons grootste probleem, kunnen we wel stellen.
Hoe keren we het tij? Die shifting baselines, daar kijk je in het archief natuurlijk moeiteloos overheen. Het zou daarbij wel helpen als de aandacht bij het maken van indexen wat verschuift van persoonsobservaties naar voorkomens van landschappen en niet-menselijke organismen in de stukken. Laat zien dat grote delen van Nederland ooit wildernis waren. Dat er steuren zwommen. Hoe de vuursalamander, de eikelmuis, de friese bijvlieg, berggamander, de bataafse stroommossel en de pruikzwam eruit zagen. Je stopt die teloorgang er niet mee, maar je houdt wellicht de herinnering levend.
Willen we verschil maken, dan is er eigenlijk maar één simpele opdracht waar we ons aan zouden moeten committeren: zorg dat er meer natuur bijkomt dan dat er verdwijnt. In vierkante meters, aantallen soorten en populatiegroottes. Rewild het archief! Neem gezien de ernst van de zaak geen halve maatregelen. Graaf een vijver in de studiezaal, verwijder de zuidgevel, sla het dak eraf, laat het hemelwater binnendoor zo geleidelijk mogelijk een natuurlijke weg naar beneden vinden en vergeet de details daarbij niet: zorg bijvoorbeeld voor voldoende nestgelegenheid voor papierwespen.
Het kan zijn dat je dit er niet meteen doorkrijgt. Je botst snel op archiefinspecteurs die de in de wet vastgelegde archieftaken belangrijker vinden dan planetair welzijn. Zit dan niet bij de pakken neer, maar doe wat wel binnen je mogelijkheden ligt. Bedenk daarbij dat je mogelijkheden niet beperkt worden door vastgelegde procedures: stroop de mouwen op en wip op een zondag met wat collega's alle tegels uit de parkeerplaats. Omzoom het pand met geveltuinen. Beplant het dak.
Doe het haalbare, maar blijf in je denken radicaal. Geveltuintjes zijn leuk, maar alleen als eerste begin. Zo'n stenen plein met bedriegertjes, dat kan ook een bloemrijke weide zijn met een grote poel vol kikkers, moerasplanten en libellen - veel rijker nog dan die tuinen van Boschlust. Zoals we in de negentiende eeuw de woeste gronden ontgonnen, zo grootschalig kunnen we nu ook best de steenwoestijn ontmantelen.
Kunnen toekomstige archiefgebouwen sowieso niet beter schuilgaan onder uitbundig begroeide heuvels? Afwezigheid van zonlicht en een constante temperatuur zijn geen ongewenste eigenschappen voor een archief. En je kunt je kinderen dan boven in het bos laten spelen terwijl je jezelf over de rond die tijd vast vrijgegeven CABR-dossiers buigt.
Blijft de vraag hoe we ooit in het reine komen met die zilvervisjes. Gelukkig hebben we ze, om ze te kunnen bestrijden, heel goed bestudeerd. We weten waar ze niet tegen kunnen, maar we weten ook waar ze wel van houden. Misschien kunnen we, nu particulier autobezit vooral in de steden steeds meer als staalgemaakte inefficiëntie herkend wordt, vrijgekomen parkeergarages inrichten als zygentomaparadijzen. Met precies de juiste klimatologische omstandigheden en de lekkerste papiersoorten uit af te stoten archieven, om het ze helemaal naar de zin te maken.
Verder lezen:
Auke van der Woud, Het landschap, de mensen, 2020 (over onder andere de negentiende-eeuwse ontginningen en de eerste natuurreservaten)
Marc Argeloo, Natuuramnesie, 2022 (over shifting baselines, over het vinden van historische data - van voor 1970 - en ook over de geschiedenis van de Europese steur in Nederland)
Dave Goulson, De tuinjungle - tuinieren om de wereld te redden, 2020 (hommelprofessor over het inrichten van insectvriendelijke tuinen, op voormalige parkeerplaatsen bijvoorbeeld)
Islands of Meaning is lid van